SCHIP-aanpak

Een aanpak voor relaties in slecht weer

Categorie: De SCHIP-aanpak in de praktijk (page 2 of 4)

Ellen en Robbert sluiten de SCHIP-aanpak af

Ruim een half jaar geleden maakte ik kennis met Ellen en Robbert. Ooit waren ze gelukkig en vastbesloten een succes van hun relatie te maken. Helaas kwam hun relatie in zwaar weer terecht en veranderden ze van geliefden in vijanden. Het was pijnlijk om te zien hoe ze, ondanks de goede intenties, keer op keer lijnrecht tegenover elkaar stonden. Ze namen een groot risico door samen de SCHIP-aanpak aan te gaan. Hun sociale omgeving was sceptisch en raadden het hun ten stelligste af; “Ga je met die man in therapie? Ben je vergeten wat hij je heeft aangedaan? Ik wens je veel succes”! Ook ik kon ze geen enkele garantie geven dat deze aanpak het gewenste resultaat zou opleveren. Ik kon ze wel voorspellen dat het voortzetten van deze akelige loopgravenoorlog zou leiden tot nog meer verharding van het conflict, een aanslag op hun gezondheid, het leeglopen van hun bankrekening, een aantasting van hun zelfbeeld, verstoorde relaties met familie en vrienden en het allerbelangrijkste hun kinderen die voor hun leven beschadigd zouden raken.

In mijn agenda staat dat we vandaag de therapie, mits er geen onverwachte storingen zijn opgetreden, gaan afsluiten. Tot aan de laatste sessie blijf ik alert op onverwachte averij. In de voorbereiding van dit gesprek hang ik hun ‘gebroken hart’ op de flapover zodat we straks alle beschadigde elementen van beiden kunnen langslopen. Kort na elkaar komen ze binnen. Beroepsmatig scan ik hun gezicht. Vooralsnog hoef ik mij geen zorgen te maken stel ik vast. Beiden zien er ontspannen uit. Het wordt direct duidelijk dat ze zich gedegen op deze sessie hebben voorbereid. Hun opdracht was na te denken over de vraag: Hoe houden we in de toekomst deze nieuwe verbinding met elkaar vast en wat spreken we af wanneer het weer eens een keertje misloopt. Of dit zal gebeuren is eigenlijk geen vraag want de praktijk heeft geleerd dat een terugval eigenlijk niet te vermijden is. Door dit te benoemen en te plaatsen in een positief kader: “Dat biedt jullie de kans om nieuwe communicatiepatronen te ontwikkelen en te oefenen met constructief gedrag, dus ik zou jullie bijna een terugval toewensen”. Ellen en Robbert schieten in de lach. Met zo’n therapeut kun je thuiskomen! Gelukkig begrijpen ze wat ik hiermee bedoel. Dan is het tijd voor het bespreken van de opdracht.

Beiden komen tot de conclusie dat communiceren via de app alleen werkt wanneer er geen ruis op de lijn zit. Met andere woorden: zodra er bij een van beiden irritatie ontstaat of wanneer een tekst of boodschap vragen oproept is het zaak om direct de telefoon te pakken zodat de appwisseling niet afglijdt in miscommunicatie en nog erger, leidt tot een conflict. Verder wordt afgesproken de tijd te nemen om elkaar aan te horen, ook al is datgene wat je hoort niet wat je zou willen horen. En elkaar daarbij de vraag te stellen: wat zou ik hierin kunnen doen, wat zou je helpen?

Tot slot stel ik voor om nogmaals terug te kijken naar hun gebroken HART, zodat we kunnen vaststellen welke elementen op welke wijze zijn hersteld. We beginnen bij Ellen: “Ik voel weer houvast in mijn leven en dat maakt dat ik positiever over mezelf ben gaan denken. Dat komt doordat ik begrijp waarom onze relatie is ontspoord en wat mijn eigen aandeel daarin is geweest. Dat betekent dat mijn gevoel voor rechtvaardigheid is hersteld en dat ik, gek genoeg misschien om te zeggen, nieuwsgierig ben naar wat de toekomst voor mij in petto heeft i.p.v. dat ik een donker zwart gat voor ogen heb.” Ik complimenteer haar om deze kernachtige samenvatting waarin alles in elkaar lijkt te vallen. Wanneer ik Robbert vraag hoe dat voor hem is antwoordt hij: “Dat geldt in zekere mate ook voor mij. Nu ik begrijp waarom het ons niet is gelukt om onze relatie goed te houden voel ik weer vaste grond onder mijn voeten. En eerlijk gezegd ben ik best trots op mezelf dat ik dit traject ben aangegaan waardoor mijn zelfbeeld is hersteld. Ik heb besloten ingewikkelde of lastige gesprekken niet meer uit de weg te gaan. Het feit dat ik de reacties van Ellen beter kan plaatsen maakt dat mijn gevoel voor rechtvaardigheid is hersteld. Ik begrijp nu dat haar neiging de kinderen bij mij weg te houden voortkwam uit de pijn van het verlies van onze relatie. Ja, ook ik kijk met veel vertrouwen en nieuwsgierigheid naar de toekomst.”
We besluiten samen om de SCHIP-therapie af te sluiten. Het is een geslaagde schipbreuk geworden waarin de drenkelingen veilig de vaste wal hebben bereikt.

Aan mij het laatste woord:
“Het is jullie gelukt om op een respectvolle manier elkaar terug te vinden als ‘partners in ouderschap’. Ik dank jullie ook voor het geschonken vertrouwen in mij om deze spannende exercitie aan te durven gaan.”
Wanneer ik ze uitlaat blijf ik even staan in de deuropening en kijk ze na. Het was een intensief, spannend en mooi traject. Eerlijk gezegd ben ik ook opgelucht dat we het op zo’n positieve manier hebben weten af te sluiten. Tevreden cliënten en een tevreden therapeut gaan tenslotte hand in hand.

Tineke Rodenburg

Ellen en Robbert deel 2 fase 5 SCHIP-aanpak

Ook deze keer ben ik weer benieuwd hoe het Ellen en Robbert de tussenliggende periode is vergaan. Dit wordt de tweede sessie in de laatste fase van de SCHIP-aanpak. Ik realiseer me terdege dat de huiswerkopdracht niet eenvoudig moet zijn geweest. Ellen en Robbert hebben na moeten denken over wat zij zelf kunnen doen om ervoor te zorgen dat de ander hen weer gaat vertrouwen. Herstel van vertrouwen is geen risicoloze exercitie. Je loopt altijd de kans om opnieuw teleurgesteld te worden in je ex-partner. Stel dat je je kwetsbaar opstelt en de ander blijft zich verschansen achter zijn veilige vesting? Wat wanneer je een grote stap doet in zijn of haar richting en de ander beweegt, in jouw beleving, nauwelijks of zelfs helemaal niet? En wanneer weet je of de ander weer te vertrouwen is? Vertrouwen is namelijk niet meetbaar. Iedereen zal het met mij eens zijn wanneer ik beweer dat de aanwezigheid van vertrouwen de basis is van iedere relatie. Wat echter voor de een geldt als ‘een leugentje om bestwil’ kan voor de ander een onherstelbare breuk in het vertrouwen genereren. Het begrip vertrouwen is dus een volkomen subjectief en abstract begrip.

Ik vraag wie dit keer zou willen beginnen met het bespreken van de huiswerkopdracht. Ellen neemt het woord: “Ik vond het echt een ontzettend moeilijke opdracht en heb er behoorlijk mee geworsteld. In eerste instantie dacht ik, wie heeft hier wat te herstellen van ons? Ja toch? Maar later in de week dacht ik, ”tja, ik heb de kinderen wel een aantal keren, met een flauwe smoes, geprobeerd bij Robbert weg te houden. Dat was ook niet zo eerlijk. Ik heb besloten geen uitvluchten meer te verzinnen en als ik het er toch weer moeilijk mee heb dat maar gewoon te proberen uit te spreken naar Robbert.” Ze slaakt een diepe zucht. Robbert heeft geen aansporing nodig om op Ellen te reageren. “Hier ben ik zo blij mee. Dat je dit nu zegt. Ik weet niet of je het van mij wilt horen maar ik ben echt trots op je dat je dit kunt zeggen.”
Ellen antwoordt: “dat ben ik eigenlijk zelf ook wel en gek genoeg voel ik me door dit hier uit te spreken kilo’s lichter.”

Robbert begrijpt dat het nu zijn beurt is om zijn aandeel in het herstel van het geschonden vertrouwen te leveren. “Ik zeg je toe dat ik vanaf nu direct met je communiceer en niet zoals ik vaak deed je met een vaag antwoord probeer van me af te schudden. Doordat ik me zo schuldig voelde over alles en zo bang was voor jouw boze reacties ging ik als het even kon om de hete brij heen. Ik denk dat dit voor jou juist als een rode lap op een stier werkte. Het kwam als het ware steeds op de hoop van wantrouwen en dat wil ik niet meer. Ik wil dat je mij weer kunt vertrouwen ook al is het misschien niet altijd wat je graag zou willen horen van me.”

Nu is het mijn beurt om beiden een dik compliment te geven. Eerlijk gezegd ben ik ook opgelucht dat dit is gebeurd. Ellen en Robbert hebben elkaar het achterste eind van hun tong laten zien. Om goed te kunnen samenwerken als ‘partners in ouderschap’ is het van essentieel belang dat het vertrouwen in elkaar wordt hersteld. Wanneer er weer voldoende veiligheid is tussen de ex-partners is het minder moeilijk om de kwetsbare kant aan de ander te tonen. En als je je weer verbonden voelt met de ex-partner zul je minder snel boos worden als er eens iets tegen zit. Daarna lopen wederzijdse intenties veel eerder de kans om in ‘goede aarde’ te vallen i.p.v. als tegenactie opgevat te worden. Het beschadigde HART kan hierdoor herstellen. Het zelfvertrouwen neemt toe door ‘over je eigen schaduw heen te stappen’ en dat kan weer bijdragen aan het hervinden van de grip ofwel de regie op je leven. Het rechtvaardigheidsgevoel herstelt door erkenning van het ‘aangedane verlies’ en dat resulteert in een positiever toekomstperspectief. Het is stil in mijn praktijkruimte. Geen ongemakkelijke stilte maar eerder een serene rust waarin Ellen en Robbert tot zich laten doordringen wat de betekenis is van datgene wat zojuist heeft plaatsgevonden.

Ik wil deze sfeer niet verstoren door hier iets aan toe te voegen. Bij de afsluiting van deze sessie vraag ik ze om na te denken over de vraag: ”wat kunnen we er aan doen om ervoor te zorgen dat we niet terugvallen in oude patronen? En stel wanneer dat wel gebeurt wat zouden jullie hierover kunnen afspreken?”
Ik sta op, geef ze een hand en bedank ze voor het vertrouwen dat ze vandaag in elkaar en in mij hebben en durven geven.

– Tineke Rodenburg –

Ellen en Robbert en de SCHIP-aanpak: fase 5 partners in ouderschap

Het kan geen toeval zijn dat de laatste fase van de SCHIP-aanpak plaatsvindt tussen kerst en oud en nieuw. Als er een periode in het jaar is waarin mensen doorgaans bereid zijn wat milder naar zijn medemens te kijken is het in deze tijd. Maar wellicht is dat de diepe wens van de therapeut zelf…

Ellen en Robbert zijn inmiddels ruim vijf maanden verder en hebben bewezen samen ‘emotionele bergen’ te kunnen verzetten. Ik verwacht dan ook dat er voldoende veiligheid is gegroeid tussen beiden om het onderwerp ‘herstel van vertrouwen’ positief tegemoet te kunnen zien. Maar helemaal hiervan overtuigd ben ik nog niet. De ervaring heeft namelijk geleerd dat vertrouwen ‘te voet’ komt en ‘te paard’ gaat. Vertrouwen wordt langzaam opgebouwd maar kan in een klap teniet worden gedaan. Het geschonden vertrouwen loopt, in alle fases van de SCHIP-aanpak, als een rode draad door het postrelationele rouwproces. De impact en het effect van het geschonden vertrouwen is namelijk vaak vele malen groter dan op het eerste gezicht waarneembaar is. Indien het vertrouwen op zijn retour is wordt dit zichtbaar in gedrag. De ex-partners trekken een muur op van wantrouwen en achterdocht. Woorden worden op een goudschaaltje gelegd. Wederzijdse goed bedoelde intenties lopen het risico niet als zodanig door de ex-partner te worden opgevat.

Er zijn natuurlijk vele manieren waarin mensen elkaar tijdens hun relatie ontrouw kunnen zijn. Wat bijvoorbeeld te denken van emotionele ontrouw: de partner die op cruciale momenten de andere kant op kijkt of emotioneel geen thuis geeft als zijn geliefde een beroep op hem doet. De partner die alle tijd steekt in hobby of werk. Opmerkelijk genoeg worden deze vormen van ontrouw doorgaans nog met de mantel de liefde bedekt. Wanneer er echter sprake is van seksuele ontrouw grijpt dit dieper in dan welke vorm van ontrouw. Dat jouw partner, soms al geruime tijd, een ander in de exclusiviteit van de seksualiteit boven jou heeft verkozen is voor velen een ondraaglijke gedachte. Dat degene die je het meest vertrouwde, waarbij je je veilig waande en waarmee je ook nog eens onder hetzelfde dak verkeerde, jou met droge ogen heeft weten te bedriegen zet alles wat van waarde was op losse schroeven. Niet zo verwonderlijk dat dit geschonden vertrouwen van invloed is op het proces van de echtscheiding en de ex-partnerrelatie.

In deze fase kijken Ellen en Robbert terug naar het ontstaan en het verloop van de verliefde gevoelens die Robbert heeft ontwikkeld. Ik vraag Robbert of hij Ellen zou kunnen vertellen hoe dat destijds is gegaan. Robbert schuifelt wat heen en weer op zijn stoel. Het is duidelijk dat dit voor hem een lastige vraag is. “In die tijd ging het gewoon niet goed met mij. Ik liep vast op mijn werk voelde me depressief, nutteloos en eigenlijk een behoorlijke loser. Ik liep met mijn ziel onder de arm en schaamde me daar eerlijk gezegd behoorlijk over. Met Ellen kon ik er niet over praten, althans dat liep steeds spaak. En toen ontmoette ik Saskia op een congres in Berlijn. We raakten aan de praat en ik voelde me gehoord en begrepen. Wat ik nooit heb gewild of zelfs nooit had kunnen bedenken gebeurde toch, ik werd hopeloos verliefd. En ja dat had ik natuurlijk bij thuiskomst met Ellen moeten delen maar dat durfde ik niet. Stiekem hoopte ik dat het vanzelf af zou nemen. Ik was bang dat openheid voor nog meer ellende zou zorgen. En gek genoeg vond ik ondertussen Ellen nog steeds aantrekkelijk en lief. Maar het andere gevoel werd steeds sterker. Ik weet: dit verdient niet de schoonheidsprijs en als ik het terug zou kunnen draaien was het misschien anders afgelopen maar dat wilde ik op een gegeven moment eigenlijk niet meer. Ik was ook boos dat Ellen mij al tijden in de kou liet staan”.

Een belangrijk moment in de SCHIP-therapie is om met terugwerkende kracht te analyseren wat vooraf ging aan de seksuele ontrouw. Zelden zijn mensen actief op zoek naar een andere aantrekkelijker, leukere partner maar veel eerder naar hun ‘eigen leuke zelf’ van weleer. Sombere gedachten en negatieve gevoelens zorgen voor onrust en vragen om troost. De relatie komt in zwaar weer terecht en precies in de lacune van die sleets wordende relatie ontstaat er een ‘vacature’. Een nieuwe liefde kan die troost bieden. Met name voor de verlaten partner kan deze onthulling helend zijn. Er vindt als het ware een reconstructie plaats waardoor beiden begrijpen hoe het zo heeft kunnen gebeuren. Hoewel het helaas weinig verandert aan de feitelijke situatie kan het helpend zijn om betekenis te geven aan deze gebeurtenis.

Ik vraag Ellen of ze hierop zou kunnen reageren. Het blijft even stil aan haar kant. Ellen heeft duidelijk tijd nodig om de juiste woorden te vinden. Langzaam en voorzichtig formulerend lukt het haar uiteindelijk; “Ik schaam me zo ontzettend dat ik dus gewoon de andere kant op keek… dat ik het zo eng vond om met Robbert over zijn somberheid te praten…dat ik steeds hoopte dat het wel weer over zou gaan… dat ik bang was om dingen te horen die met mij te maken hadden… dat ik het toch niet goed kon doen.. dat ik…” Er volgt een gesmoord gesnik waarbij haar hele lichaam schokt. Vanuit een natuurlijke reflex heb ik even de neiging om haar te willen troosten. Ik realiseer me tegelijkertijd dat dit voor een therapeut not done is. Gelukkig staat Robbert op en loopt op Ellen af. Hij slaat zijn arm om haar heen en zegt: “we hebben het samen laten lopen Ellen, ik net zo goed als jij”.
Ellen stopt met heftig snikken en mengt zich weer in het gesprek. “Dat vind ik nou zo fijn dat je dit nu zegt, je hebt geen idee”.
Ook mij raakt dit en dat benoem ik.
De eerste stap naar herstel van het geschonden vertrouwen is gezet. Beide ex-partners nemen hun eigen verantwoordelijkheid voor hun misgelopen relatie. Maar hoe nu verder? Hoe kunnen Ellen en Robbert elkaar in de toekomst weer vertrouwen?

Ik geef ze de opdracht mee om de komende tijd na te denken over de prangende vraag: “hoe kun je er voor zorgen, wat zou jij kunnen doen zodat de ander jou weer kan vertrouwen? ”
Twee paar wenkbrauwen gaan omhoog en kijken mij aan. Wat zegt die therapeut nu, horen we dat goed? Ja dat horen jullie goed. Het is zaak dat jullie beiden hierin een actieve rol gaan spelen i.p.v. comfortabel achterover leunen in afwachting van ‘het bewijs’ dat die ander weer deugt.
Het kan niet anders zijn dan dat dit voor de komende twee weken voldoende stof tot nadenken gaat opleveren. Ik wens ze hierbij alle succes toe.

-Tineke Rodenburg –

Ellen en Robbert fase 4 SCHIP-aanpak: integratie

In fase 4 van de SCHIP-aanpak is het zaak dat ik, als therapeut, nog meer dan in alle andere fases, mijn handen denkbeeldig ‘onder de billen’ weet te houden. Fase 4 is bedoeld om de integratie van het verlies en het conflict, samen als ex-partners, vorm te kunnen geven, het te ‘thuisvesten’, het te borgen. Mijn rol in deze fase is dan ook Ellen en Robbert hierin te faciliteren zodat zij hierover in gesprek kunnen gaan met als doel te komen tot een gezamenlijk gedragen ritueel of vorm om het verlies & conflict uiteindelijk te kunnen markeren. Pas dan kunnen zij de stap voorwaarts zetten. Niet dat de pijn daarmee voorgoed is verdwenen, geenszins. Op gezette tijden zal deze pijn zich opnieuw manifesteren. Rouw is uiteindelijk de prijs die we betalen voor hechting. Maar als die pijn er mag zijn kan deze zachter worden en onderdeel worden van een ieders levensverhaal. Om zover te kunnen komen is het noodzakelijk dat alle aspecten van het verlies en het conflict volop de ruimte, de aandacht en de erkenning hebben gekregen. Inmiddels hebben we dit gelukkig in de voorgaande fases ruimschoots gedaan. Door samen een ritueel of vorm te bedenken om het verlies & conflict te thuisvesten nemen ze beiden de verantwoordelijkheid voor het mislopen van hun relatie. Pas daarna kunnen ze ieder afzonderlijk hun verlies verweven in hun eigen levensverhaal.

Ellen en Robbert hebben voor deze fase de opdracht gekregen na te denken over de vraag: “welke vorm, ritueel zouden jullie kunnen bedenken om samen het verlies & conflict te bergen en wat zouden jullie hierbij nog tegen elkaar willen uitspreken”. Er hangt een soort van serene stemming in mijn praktijkruimte. Het is voelbaar dat we zijn aangekomen bij een ‘plechtig’ moment. Wanneer ik dit benoem, wordt dit door beiden bevestigd. Misschien is de vergelijking met een trouwritueel maar dan in omgekeerde vorm niet eens zo vreemd, bedenk ik me ter plekke. Ellen neemt het woord. Haar stem is zacht en onvast: “ik dacht, misschien is het een goed idee om onze trouwringen te laten omsmelten tot twee nieuwe ringen voor onze kinderen. Want tja hoe je het ook wendt of keert deze kinderen zijn wel uit onze liefde voor elkaar geboren”. Ik zie dat ze bij het uitspreken van deze woorden vol schiet. Ook ik kan met moeite mijn geraaktheid maskeren. En omdat ik uit ervaring weet dat cliënten alle reacties van de therapeut waarnemen en interpreteren benoem ik het maar direct: “ik merk dat het mij raakt, wat een mooi ritueel. En zo waar bovendien. Dat is wat vaak door het voorliggende conflict wordt vergeten. Ooit was er een tijd dat jullie elkaar innig liefhadden en uit die liefde zijn jullie twee mooie kinderen geboren”. Ik zie dat Robbert ook geraakt is. Hij zegt: “als ik ergens trots op ben dan is het op onze kinderen. Ik had ook nog een idee. Ik dacht er meer aan om samen koffie te gaan drinken in dat koffietentje op de hoek van de Zadelstraat. Weet je nog dat we daar in het begin van onze relatie veel hebben gezeten?”
Ellen knikt instemmend: “ja, ik weet natuurlijk nog als de dag van gisteren hoe dat was”.
Om uit de impasse te komen stel ik voor: “Zouden jullie hier eens samen over kunnen overleggen? Wie weet is er van deze twee ideeën iets gezamenlijks te bedenken. Dan laat ik jullie nu even alleen en kom ik over tien minuten terug“.

Na tien minuten loop ik mijn praktijkruimte weer binnen en aan de stemming die daar heerst lijkt het erop dat ze er samen uit zijn gekomen. Weer neemt Ellen het voortouw: “We hebben bedacht dat we dus die ringen inderdaad laten vermaken voor onze kinderen en dat we die in hun bijzijn samen gaan geven. Dat doen we in een restaurant waar we vroeger met onze kinderen, als we wat te vieren hadden, regelmatig kwamen. En dan… (Ellen hakkelt) dan gaan we elkaar bedanken voor de fijne jaren die we wel hebben gehad en uitspreken dat we voor altijd de ouders blijven van Gijs en Marieke”.
Robbert vult aan: “we zetten die woorden op een mooie kaart voor elkaar en ook op die voor onze kinderen”.

Ik ben onder de indruk van dit prachtige ritueel en spreek dit naar ze uit.
In mijn fantasie hoor ik de violen aanzwellen… Deze fantasie houd ik echter voor mezelf want ik weet dat, ondanks dit bijzondere moment, fase 5 nog moet komen.

-Tineke Rodenburg –

Ellen en Robbert fase 3 SCHIP-aanpak: Helpend Horen

Tijdens een plotsklapse wolkbreuk komt het met bakken uit de hemel vallen. Daarbij bliksemt en dondert het dat het een lust is op deze vrijdag de 13e. Ik ben niet bijgelovig maar toch bekruipt mij een onbestemd gevoel.

Druipend van de regen komen ze vlak na elkaar mijn praktijk binnen. Het weer sluit goed aan bij de fase van Helpen Horen. De ervaring dat de ander jou helpt bij het onder woorden brengen van die dingen die al die tijd ‘er niet mochten zijn maar er wel waren’ is altijd een emotioneel moment. Echt luisteren valt onder de noemer van ‘de hogere kunsten’. Ooit las ik dat als we meer zouden moeten praten dan luisteren, we wel twee monden hadden gekregen i.p.v. twee oren… Kenmerkend voor partners die zijn vastgelopen binnen hun relatie is dat het echte luisteren naar elkaar al lang geleden ergens is gestopt. Niet zo vreemd dat het tijdens en na het proces van de echtscheiding helemaal niet meer lukt om open te staan voor datgene dat de ander jou wil vertellen. Daarbij kan het je erg kwetsbaar maken wanneer je tegen je ex-partner zegt wat je nog graag van hem of haar zou willen horen. En hoe moeilijk is het om de vraag te stellen die weliswaar op je lippen brandt maar waarop je het antwoord het liefst helemaal niet zou willen weten. Kortom de wolkbreuk die zich buiten afspeelt kan zich ook zo maar naar binnen verplaatsen.

Zoals gebruikelijk informeer ik eerst hoe het hun is vergaan na de laatste sessie. Ellen neemt het woord: “ik heb lang nagedacht over hetgeen we elkaar hebben opgebiecht. Zelfs zo erg dat ik er slecht van sliep. Het bleef maar door mijn hoofd malen”.
Ik vraag haar wat explicieter te zijn door te verwoorden wat er zo door haar hoofd maalde. Het is even stil aan de kant van Ellen. Dan barst ze in huilen uit: “dat Robbert zei dat het hem wel goed uit kwam dat ik zogenaamd niet thuis gaf alsof zijn vreemdgaan snotverdorie mijn schuld was. Lekker makkelijk, het lag allemaal aan mij en….” Ellen lijkt niet meer te stoppen en vervolgt woedend, gierend en snikkend haar betoog. Robbert kijkt mij wanhopig aan. “En wat zou je Robbert hier nog over willen vragen” zeg ik. Ellen slikt haar laatste tranen weg en zegt: “ik zou hem willen vragen wanneer hij opgehouden is om van mij te houden. Toen wij met wintersportvakantie waren met kerst destijds, hield je toen ook al niet meer van me of misschien al veel eerder ..?

Ik merk dat ik even mijn adem inhoud en stiekem hoop dat het antwoord niet alles op ‘achterstand’ zet. Robbert kijkt Ellen aan en zegt: “ja toen hield ik nog oprecht van je. Ik kijk juist op die vakantie met een goed gevoel terug. De periode daarna kreeg ik echter steeds vaker twijfels of ik nog gelukkig genoeg was met je. En heel langzaam leek het alsof het wegebde, het echte houden van. Dat was heel naar”.
Ellen reageert met zachte stem:” misschien vind je het gek, maar daar ben ik blij mee. Ik was soms bang dat de jaren daarvoor ook al nep waren. En als ik dan naar oude foto’s keek leek alles een grote leugen”.

Ik vraag Robbert of hij ook heeft nagedacht over de vraag die hij Ellen nog zou willen stellen. Dat heeft hij zeker: “wees eens eerlijk, heb je echt gedacht dat ik een narcist ben of vind je misschien zelfs dat dit zo is”? Ellen is zichtbaar ongemakkelijk onder deze vraag. “Waarom wil je dat weten eigenlijk” is haar antwoord. Nu is het Robberts beurt om in woede te ontsteken: “waarom ik dat wil weten, waarom ik dat wil weten, wat dacht je? Het is nogal wat om een persoonlijkheidsstoornis aan je broek te krijgen. Aan wie heb je dat bijvoorbeeld allemaal geventileerd? Wie denken inmiddels allemaal dat ik een narcist ben?”
Ellens antwoordt schoorvoetend. Ze zoekt zichtbaar naar de juiste woorden: “als ik eerlijk ben heb ik het soms weleens gedacht. Daar ben ik niet trots op en ja dat heb ik ook weleens gedeeld met mijn vriendinnen. Maar inmiddels weet ik dat ik het bij het verkeerde eind had. Simpel uit het feit dat we hier nu zitten en hoe ik hoor en zie dat je verantwoordelijkheid neemt voor jouw deel en ik natuurlijk voor dat van mij. Een beetje narcist zou dat nooit doen”.

Ik neem deze uitleg te baat om uit te leggen wat mijn praktijkervaring is met vechtende ex-partners die elkaar met het grootste gemak diagnosticeren als borderliners en narcisten. Wanneer we alle vechtende ex-partners zouden moeten geloven wordt Nederland grotendeels bevolkt door mensen met een persoonlijkheidsstoornis. Wanneer je mij maar lang genoeg onder druk zet en bedreigt, ga ik mij op den duur ook ‘raar’ gedragen. Heb ik dan een persoonlijkheidsstoornis? Op z’n minst krijgen mijn, diep weggestopte, neuroses vrij spel. Als echter de kust weer veilig is gedraag ik mij weer volkomen normaal. Ik noem dit fenomeen ‘situationele gekte’. En dat is wat we zien bij chronische vechtscheidingen. De machteloosheid, wanhoop en de uitzichtloze situatie waarin mensen zich bevinden, genereren onbegrijpelijk gedrag. Ik stel voor om het diagnosticeren over te laten aan de daartoe opgeleide deskundigen.
Robbert en Ellen knikken instemmend.

Ik kijk uit het raam van mijn praktijk. Zes ooievaars paraderen over het weiland. De storm, bliksem en regen zijn op hun retour.
Robbert en Ellen zijn eveneens ‘uitgeraasd’ en lijken even genoeg te hebben aan hun eigen gedachten.
Ik wil deze bijna serene stilte niet verbreken en besluit hun de huiswerkopdracht voor fase 4 per mail toe te sturen.

– Tineke Rodenburg –

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2019 SCHIP-aanpak

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑