uitgeblust

“Om maar direct met de deur in huis te vallen: er valt eigenlijk weinig meer te zeggen. De afgelopen maanden zie ik geen enkele beweging bij Frans om te investeren in onze relatie. Of hij nu wel of niet thuis is maakt geen enkel verschil. Ik trek de kar in ons gezin met onze drie kinderen nog steeds alleen. Eerlijk gezegd ben ik er ondertussen zo aan gewend geraakt dat het gek genoeg ook gewoon is geworden. Frans komt thuis, zegt ons nog net gedag en verdwijnt vervolgens achter zijn laptop om dat er nog altijd érgens op gereageerd moet worden. En tegen de tijd dat de kinderen op bed liggen, die, je snapt het al, ik natuurlijk voorlees en naar bed breng, zit Frans uitgevloerd op de bank. Mocht ik overdag nog hebben overwogen er een leuke avond van te maken of de gedachte aan seks toe te laten, bij het aanzien van een uitgezakte man met overhemd half uit de broek hangend, vergaat mij de motivatie en zeker de lust totaal. Van mijn kant is er ook geen initiatief richting Frans meer te verwachten.  En als ik nog eerlijker ben, denk ik soms overkwam hem maar iets ergs dan was ik van hem af. Kortom onze relatie is op sterven na dood. Je ziet, ik heb me helemaal  aan de huiswerkopdracht voor fase 3 gehouden” .

Ik kijk naar Frans die in elkaar lijkt te krimpen na de deze openbaring van zijn vrouw.  We zitten in fase drie van de SCHIP-aanpak. Dit is de fase waarin de stellen elkaar helpen om moeilijke onderwerpen onder woorden te brengen en datgene tegen elkaar uit te spreken wat zich voorheen nog ‘in de schaduw’ bevond. Hoe moeilijk blijkt het keer op keer om de wezenlijke dingen met elkaar te bespreken. Met name die onderwerpen die raken aan schuld of schaamtegevoelens worden in veel relaties vermeden.  Wanneer er al de nodige spanningen zijn binnen de relatie neemt de motivatie om het achtereind van je tong te laten zien aan die ander zienderogen af. De angst om het sluimerende conflict onnodig nog meer te voeden is daar zeker debet aan. Als er al met elkaar wordt gesproken is dat veelal in een verwijtende sfeer maar veelal vervallen stellen in verstikkende apathie. Zo wordt de afstand groter en dijt de spreekwoordelijke ’roze olifant’  tussen de stellen meer en meer uit.

Ik kijk weer naar Frans en vraag of het hem ook is gelukt zich voor te bereiden voor deze sessie. Frans heeft weinig aansporing nodig. “Jazeker heb ik dat gedaan. Ik vraag me af of jij enig idee hoe het voor mij is? Wat ik ook probeer het is bij jou trekken aan een dood paard. De afgelopen weken heb ik twee keer geprobeerd  om je aan te halen en daarbij nadrukkelijk gevraagd: “houd me even vast”. Ik moet er wel bij zeggen dat ik dat deed omdat het moest van jou, Tineke, maar toch. Geen enkele reactie van de kant van Olga.  Het klopt als je zegt dat ik de afgelopen jaren jou en de kinderen heb verwaarloosd maar de laatste weken krijg ik de indruk dat de rollen zijn omgedraaid. Mijn gevoelens voor jou zijn tot een zeer bedenkelijk minimum gedaald.  Ik denk steeds vaker werd ik maar eens verliefd op een ander. Laat ik ook maar eens heel erg eerlijk zijn. Voor mij is de maat vol, ik voel me door jou genegeerd, vernederd en een domme sukkel. Ik stop er mee”.

Er valt een doodse stilte waarin het lijkt alsof beiden niet alleen tot zich door laten dringen wat ze zelf maar ook wat de ander zojuist heeft opgebiecht. Als het een voetbalwedstrijd zou zijn zouden we kunnen spreken van 1-1.

Het is voor de hand liggend om Olga en Frans te vragen op elkaar te reageren. De kans is echter groot dat het conflict hierna weer tot onbeheersbare hoogte oplaait. Het is vele malen constructiever om ze te motiveren te durven kijken naar de pijn van hun verlies. Datgene dat zich schuilhoudt achter het conflict. Daar zou het namelijk over moeten gaan.  Ik benoem wat zich hier zojuist heeft afgetekend. “Wat jullie tegen elkaar hebben uitgesproken geeft feilloos en zonder enige franje de moedeloosheid aan waarin jullie beiden verkeren. Dat hebben jullie in ieder geval gemeen met elkaar. Jullie zouden bijna hopen dat het lot voor jullie beslist hoe deze impasse doorbroken gaat worden. Alles beter wellicht dan zelf langer verantwoordelijk te zijn voor de afloop. Maar ik heb tussen de regels door ook nog iets anders gehoord. Ik hoorde Olga zeggen dat de relatie op sterven na dood is. Als ik het positief etiketeer zou ik kunnen zeggen er is dus nog ergens leven. En Frans hoor ik zeggen: mijn gevoelens voor jou zijn tot een minimum gedaald. Dat lijkt te betekenen dat er nog wel iets van de liefde te bespeuren is. Klopt dit? En wat ik ook hoor is dat jullie beiden in jullie loopgraaf zitten, wachtend op een initiatief van de ander. Klopt dit ook?”

Tot mijn opluchting knikken zowel Frans als Olga instemmend op mijn  waarneming.  Ik vervolg mijn betoog “Tja, niets doen is dus geen optie. Er is een stevige klus te klaren. Het is links- of rechtsom en dat geldt voor jullie beiden. Zolang er nog ergens, ook al is het ver weggezakt, liefde is te bespeuren is het tij wellicht nog te keren”.

Ik vraag Olga en Frans wat ze nodig hebben om de verbinding met elkaar te kunnen herstellen? Wat zouden ze zelf en wat zou de ander kunnen doen? Ik spreek met ze af om hun deze opdracht, na afloop van deze sessie, te mailen En tot slot vraag ik ze door te gaan met de opdracht van de vorige keer. Deze luidt: stop met vruchteloze discussies en verwijten naar elkaar. Mochten deze zich toch voordoen neem je je voor daarmee te stoppen en aan de ander te vragen; “Houd me vast. Ik weet even niet meer hoe het verder moet, maar wat ik wel weet is dat ik van je houd”. De ervaring heeft geleerd dat dit rust genereert waardoor er ruimte komt om op een andere manier naar elkaar te kunnen kijken.

Fase 3 van de SCHIP-aanpak is een spannende fase voor ieder stel wiens relatie zich ‘in slecht weer’ bevindt. Eerst zal de spreekwoordelijke angel eruit moeten en de veiligheid worden hersteld. Pas dan kunnen stellen zich weer kwetsbaar tonen naar elkaar. Noodzakelijk is dat er contact kan worden gemaakt met de onderliggende hechtingsbehoefte en angsten.  Ik heb goede hoop dat ze dit gaat lukken.

Bij het afscheid nemen spreek ik ze bemoedigend toe: “Houd de moed erin en vergeet niet: oefening baart kunst”.

-Tineke Rodenburg-